| |
 |
 Imagine 2011: zes minirecensies
Film | film
|
22 April 2011 | 14:19:00
 |
Voor mij zit het erop: het filmfestival Imagine, voorheen het Amsterdam Fantastic Film Festival. Even kort mijn kijk op wat ik gezien heb...
Drones
Leuke lowbudget SF-comedy die zich afspeelt op een Office Space-achtig, Amerikaans kantoor. Scoort naar mijn mening onverdiend laag onder de Imagine-bezoekers.
Score: @@@@@
The Perfect Host
Bankrover op de vlucht verschaft zich toegang tot keurig huis en gijzelt de daar wonende keurige meneer, die vervolgens heel wat eigenaardiger en daadkrachtiger blijkt dan de eerste scènes doen vermoeden. Leuk gegeven met een heerlijke David Hyde Pierce (de broer van Fraser) als de keurige/gekke meneer; ben er alleen nog niet uit of ik nu zo blij ben met het laatste deel van de film, dat zich buiten het huis afspeelt. Alsof de scriptschrijver er niet helemaal uitkwam binnen de eigenlijke premisse en dus maar een blik twists and turns opentrok. Maar goed, een onderhoudende film is het hoe dan ook.
Score: @@@@@
Bedevilled (Kim Bok-nam salinsageonui jeonmal)
Koreaanse jongedame wordt op eiland afgebeuld en geterroriseerd door de andere bewoners, tot ze door het lint gaat. Een wraakfilm dus (weer eens), maar eentje waar ik meer mee kon dan met bijvoorbeeld de eveneens Koreaanse horrorfilm I Saw the Devil ( Akmareul boatda), die overigens dit jaar ook op Imagine te zien was. Ietsje korter had wel gemogen.
Score: @@@@@
Some Guy Who Kills People
Ex-patiënt van inrichting leidt een eenzaam, onbevredigend bestaan, totdat zijn bij hem vandaan gehouden, 11-jarige dochtertje zich aandient - en een aantal van zijn oude kwelgeesten op bloederige wijze uit de weg worden geruimd. Geslaagde combinatie van hartverwarmende komedie en thriller/horror, met glansrollen voor Barry Bostwick (de burgemeester uit Spin City) als de wazige sheriff en de jonge Ariel Gade als het dochtertje van de hoofdpersoon.
Score: @@@@@
Time Traveller (Toki o kakeru shôjo)
Tijdreisfilm waarin de dochter van een verongelukte onderzoekster naar de jaren zeventig wordt gestuurd om een boodschap door te geven. Een sfeervol geheel met een leuke hoofdrolspeelster dat laat zien dat er niet alleen maar bloederige narigheid uit het verre oosten komt, maar wat mij betreft net iets te traag voor een echt hoge score.
Score: @@@@@
Die Tür
Duitse thriller met Mads Mikkelsen (nagesynchroniseerd, maar dat valt niet op) als vader die zijn dochtertje verliest en vijf jaar later de kans krijgt om terug in de tijd te gaan en haar dood te voorkomen - wat uiteraard niet zomaar betekent dat alles ineens paletti is. Sterke plot, goed gemaakte film, en Mikkelsen heeft een fijne, markante kop. Topper van het festival, wat mij betreft!
Score: @@@@@
|
|
|
 |
 |
 Journal of Cosmology houdt ermee op
Wetenschap/Astronomie | tijdschrift
|
10 Maart 2011 | 22:01:46
 |
Eerder schreef ik op dit weblog over de schrijvers en redacteuren van het Journal of Cosmology (JoC) dat ze:
“een bont gezelschap [vormen] van mensen met een goede naam, en mensen die, hoe zal ik het zeggen, wat meer op de grens tussen wetenschap en pseudowetenschap opereren. Alles bij elkaar zou ik mijn collega-wetenschapsjournalisten dan ook willen adviseren dit tijdschrift met een korreltje zout te nemen.”
Inmiddels heeft JoC, na het nieuws gehaald te hebben met een sceptisch ontvangen onderzoek waarbij leven in meteorieten zou zijn aangetroffen, aangekondigd de handdoek in de ring te gooien, middels een persbericht dat wat mij betreft boekdelen spreekt. Zo lezen we bijvoorbeeld dat JoC met zijn bestaan de conventionele publicaties in die mate bedreigde dat de site “het doelwit werd van wetenschappelijke tijdschriften en anderen die zich bedienden van illegale, criminele, anticompetitieve praktijken”. Verder nam JoC het op tegen de wetenschappelijke gemeenschap, die zo graag “gemakkelijk te weerleggen mythes in stand houdt en afwijkende meningen verplettert”. De NASA komt er ook niet bepaald goed vanaf: “De leiding is een ramp”, de organisatie is “alleen maar goed in de aftocht dekken en programma’s annuleren” en bestaat zelfs uit, jawel, “ nincompoops and gutless wonders”.
Tja. Ik heb de beschuldigingen die het stervende blad hier om zich heen slingert niet nagetrokken, maar de toon en de stijl van het persbericht alleen al maken van JoC een club die moeilijk nog serieus te nemen is. (Bovendien zie ik in de hele klaagzang uiteindelijk geen goede reden om te stoppen: als het je opzet is om je met je blad af te zetten tegen het grote boze establishment, dan zet je er toch geen punt achter zo gauw dat establishment je opmerkt en begint tegen te werken? Waar ik me trouwens weinig bij kan voorstellen; zou de hoofdredacteur van Science ook maar één nacht hebben wakker gelegen van die zogenaamde ‘onstuitbare opmars’ van JoC?)
En het is niet alleen deze opgefokte zwanenzang. Neem bijvoorbeeld dit fragment in een nieuwsbericht over Tyche, de kandidaat-planeet in de Oortwolk waar de Telegraaf onlangs zo over miskleunde:
“De toortsen- en hooivorkenmenigte, geleid door Phil Plait, roept dat het allemaal niet waar is. Maar ja, Plaits eigen beroemdste ontdekking was het terugvinden van een van zijn oude sokken toen die was kwijtgeraakt in de wasdroger.”
Weet daarbij dat één van de twee wetenschappers achter de Tyche-artikelen (overigens niet gepubliceerd in JoC) het blogbericht van Plait waar hier naar gerefereerd wordt juist de “meest gebalanceerde discussie” over het onderwerp heeft genoemd. Toortsen en hooivorken, indeed! Los daarvan is dit natuurlijk een ad hominem van jewelste, die je op zijn best op een of ander zuur weblog zou verwachten, niet onder een bericht van iets wat zichzelf als wetenschappelijk tijdschrift presenteert.
Daarbij, wat ik in mijn vorige blog niet eens vermeld heb: het Journal of Cosmology gaat voor een belangrijk gedeelte helemaal niet over kosmologie! Mogen we daar niet gewoon uit concluderen dat die naam alleen maar gekozen is om de indruk te wekken dat het hier om een Heel Serieus En Wetenschappelijk Blad Gaat, Echt!, en niet om de lading zo goed mogelijk te dekken?
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat alles wat JoC gepubliceerd heeft per definitie onzin is. Onder de redacteuren en schrijvers bevinden zich zoals gezegd wetenschappers die hun sporen wel verdiend hebben en die simpelweg afwijkende meningen koesteren of, zo je wilt, graag een proefballonnetje oplaten. Zo komt er nog een aflevering van het tijdschrift uit met als hoofdredacteur Roger Penrose; weliswaar iemand wiens ideeën ik tegenwoordig met een stevige korrel zout neem, maar een te grote naam om er zonder verder nadenken het stempel ‘crackpot’ op te drukken.
Maar goed. Ik was dus al uiterst sceptisch over de hele onderneming, en de hierboven geciteerde kreten (ik heb er inmiddels nog meer gevonden) zorgen er al helemaal voor dat ik geen traan zal laten over het verdwijnen van dit blad. Goed onderbouwde, maar binnen de wetenschappelijke gemeenschap minder populaire meningen moeten geventileerd kunnen worden; tuurlijk. Maar de manier waarop JoC van zich afbijt is zo ver van een academisch debat verwijderd - en zit zo dicht op de toon die gebruikelijk is bij doorgedraaide internetfora - dat ik er alleen maar mijn hoofd bij kan schudden.
|
|
|
 |
 KIJK 3/2011: De mannen achter de Ngram Viewer
Wetenschap | tijdschrift
|
26 Februari 2011 | 11:31:06
 |
Nu in de winkel: KIJK 3/2011! Niet met een groot artikel van mij deze keer, helaas; wel heb ik zoals altijd een aantal rubrieken verzorgd (samenstellen en deels schrijven van het nieuws, ‘In 5 minuten grote getallen’, boeken) en heb ik me natuurlijk achter de schermen met de nodige artikelen bemoeid.
Verder ben ik erg trots op het interview met de mannen achter de Google Ngram Viewer: JB Michel en Erez Lieberman Aiden. Niet alleen omdat het geschreven is door mijn eigenste vriendin (die op dit weblog af en toe reageert onder de naam Scarlett), ook omdat het inspeelt op nieuw, in Science gepubliceerd, tot de verbeelding sprekend onderzoek. Toch wat sterker voor een populairwetenschappelijk tijdschrift dan een auteur die net zijn nieuwe boek aan het promoten is of een ervaren wetenschapper die zijn stokpaardjes van stal mag halen. Enkele ‘deleted scenes’ uit dit artikel zijn hier te lezen.
KIJK 3/2011 ligt nog in de winkel tot en met 10 maart 2011 en kost € 4,99.
|
|
|
 |
 Mogelijk nieuwe planeet in zonnestelsel? Nou...
Wetenschap/Astronomie | mening
|
17 Februari 2011 | 10:59:17
 |
Dat je voor betrouwbaar wetenschapsnieuws in de regel niet bij De Telegraaf moet zijn, was me al duidelijk. Toch schrok ik van het berichtje ‘Mogelijk nieuwe planeet zonnestelsel’ van deze week. Zó veel fouten, in zó weinig regels tekst... Ongelofelijk. Lees even mee.
Wetenschappers van NASA hebben een mogelijk nieuwe planeet op de rand van het zonnestelsel ontdekt.
Het gaat om twee wetenschappers, John Matese en Daniel Whitmire. Beiden natuurkundigen verbonden aan de Universiteit van Lafayette te Louisiana, niet ‘van NASA’. Van een ontdekking is bovendien geen sprake; de twee hópen met gegevens van de ruimtetelescoop WISE, waarvan in april pas het eerste deel wordt vrijgegeven, een planeet te vinden waarvan ze het bestaan vermoeden. Dat doen ze trouwens al sinds 1999; nieuws is alleen dat de twee onlangs een update hebben gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Icarus, die het bestaan van hun planeet, Tyche genaamd, in hun ogen aannemelijker maakt.
De planeet 'Tyche' staat 1.500 keer verder van de zon dan de aarde en is vier keer zo groot als Jupiter.
Tyche zou, áls hij bestaat, 15.000 keer zo ver van de zon af staan als de aarde, niet 1500. (Als je 1500 astronomische eenheden reist, ben je nog niet in de Oortwolk.) Ook zou Tyche volgens Matese en Whitmore vier keer zo zwáár zijn als Jupiter, niet vier keer zo groot.
Het is nog niet duidelijk of de planeet daadwerkelijk bij het zonnestelsel hoort, maar wetenschappers achten de kans groot, meldt NASA.
Ik kan geen recent persbericht of iets dergelijks van de NASA vinden over dit onderwerp. Als iemand me een link kan geven, graag. Zo niet, dan lijkt het erop dat de rol van de ruimtevaartorganisatie beperkt bleef tot het bouwen en lanceren van de telescoop waar Matese en Whitmere hun hoop op hebben gevestigd, en dat ergens in het doorfluisteren van het nieuwtje van site naar site het woord NASA in de tekst een geheel eigen leven is gaan leiden. (Volgens de redenering: 'Al het sterrenkundig nieuws komt toch bij de NASA vandaan?')
Het lijkt mij ook dat de vraag is óf de planeet bestaat, niet of hij al dan niet 'daadwerkelijk bij het zonnestelsel hoort'. Maar goed, ik zou de (uiteraard niet vermelde) brontekst waar De Telegraaf zich op heeft gebaseerd moeten zien om deze zin goed te kunnen plaatsen.
Momenteel worden de planeet en de wolk om Tyche heen onderzocht.
Dat zal dan wel slaan op die Icarus-publicatie, want met de WISE-data zijn de astronomen dus nog niet aan de slag kunnen gaan. Dat de planeet 'wordt onderzocht' vind ik verkeerde verwachtingen wekken. Het is allemaal nog heel erg indirect werk.
Mogelijk bestaat de wolk uit miljarden astoïden en kometen.
‘Asteroïden’ noemen we die dingen. Bovendien zou ik toch echt de kometen eerst noemen, want daar gaat het vooral om bij de Oortwolk.
De nieuwe planeet kan daarnaast ook de opvolger worden van Jupiter. Deze planeet lijkt het meest op de aarde.
Oké, die eerste zin kan ik lezen als ‘als Tyche bestaat, wordt hij in plaats van Jupiter de zwaarst bekende planeet van ons zonnestelsel’. Dat zou dan zowaar kloppen. Maar Jupiter lijkt het meest op de aarde? Eh, nee? Jupiter is de grootste, zwaarste gasplaneet van ons zonnestelsel. Die heeft in alle opzichten echt heel veel minder gemeen met onze wereld dan, pak em beet, Venus of Mars. De zin ‘Jupiter lijkt het minst op de aarde’ zou een stuk beter te verdedigen zijn...
Kortom: WAAAH. En dan heb ik nog niet eens op alle slakken zout gelegd hierboven.
|
|
|
 |
 KIJK 2/2011: De theorie van alles
Wetenschap/Astronomie | tijdschrift
|
05 Februari 2011 | 12:14:54
 |
Nu in de winkel: KIJK 2/2011, met daarin van mijn hand het tien pagina’s tellende openingsartikel over de theorie van alles. De hamvraag daarbij: is het reëel om te hopen dat we ooit een theorie vinden die het hele universum in één klap beschrijft? Of, iets minder ambitieus: zullen nog allerlei natuurkundige theorieën samengevoegd kunnen worden zoals eerder bijvoorbeeld de theorieën van elektriciteit en magnetisme zijn samengevoegd tot het elektromagnetisme? Of is het streven naar dit soort 'unificatie' niet meer dan de wetenschappelijke versie van de wens om één God op te voeren als verklaring voor het hele universum? Lees hier een voorproefje.
Oh ja, heel veel kudo’s voor Cornell, die de schitterende cover én dito openingsplaat maakte. Geweldig, dat een zo theoretisch onderwerp een van de naar mijn mening meest geslaagde KIJK-omslagen van de afgelopen jaren heeft opgeleverd.
|
|
|
 |
 Hoe verzin je een artikelonderwerp?
Taal | tijdschrift
|
16 Januari 2011 | 12:47:28
 |
Het is het eerste wat je moet doen als je voor een populairwetenschappelijk tijdschrift als KIJK wilt schrijven: verzinnen wáár je over wilt gaan schrijven, om dat onderwerp vervolgens te slijten aan de redactie. Nu is het zo dat er zoveel wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan dat het onmogelijk is voor één mens om het allemaal bij te houden; ook verschijnen er meer non-fictieboeken dan je ooit kunt lezen. Toch blijkt het voor veel freelancers erg lastig om met een goed onderwerp te komen. Als redacteur aan de andere kant zie ik al jaren dezelfde voorstellen binnenkomen, die meestal met een ‘nee dank je’ worden afgeserveerd en soms een zuchtend ‘vooruit, het kan wel weer eens’ te horen krijgen. Jammer, want, zoals gezegd: er is zoveel; er gebeurt zoveel. Vandaar dit logje.
Wat mij betreft luidt de belangrijkste tip: houd het wetenschapsnieuws bij. Het klinkt zo voor de hand liggend, maar tegelijk heb ik heel sterk de indruk dat het stikt van de mensen die wel ambities koesteren binnen de wetenschapsjournalistiek maar dit toch niet doen. En dan krijg je dus van die onderwerpen, gebaseerd op iets waar de freelancer jaren geleden een keer over hoorde of eens een boek over heeft gelezen en waar hij ‘altijd nog eens wat dieper in wilde duiken’. Asteroïden die op de aarde dreigen te knallen, bacteriën die bij extreme omstandigheden weten te overleven, technologie die is gebaseerd op verschijnselen uit de natuur, het gevaar van ruimtepuin... Allemaal goede onderwerpen, zeker, maar ook onderwerpen die met enige regelmaat worden aangedragen bij een redactie en waarbij een echte aanleiding - anders dan ‘freelancer X denkt er wel een leuk stukje over te kunnen schrijven’ - vaak ontbreekt.
Dus: wetenschapsnieuws bijhouden. Hoe? Makkelijk: abonneer je op RSS-feeds van sites die persberichten verzamelen en doorplaatsen, zoals EurekAlert! en PhysOrg.com, en van nieuwssites als New Scientist, Nature News, ScienceNOW, LiveScience, Wired, enzovoort. Natuurlijk kun je je ook op allerlei e-mailnieuwsbrieven abonneren of dagelijks een vast rondje sites bezoeken, maar waarom zou je, als je gratis van een veel handigere dienst als Google Reader gebruik kunt maken?
Laten we aannemen dat je netjes op allerlei RSS-feeds bent geabonneerd en dat je je reader opent om de nieuwe oogst aan berichtjes te bekijken. Dat kunnen er honderden per dag zijn; genoeg te kiezen dus. Natuurlijk, daar zit - zeker bij de persberichten - het nodige gepruts op de vierkante millimeter bij. Bevindingen waar een paar gespecialiseerde vakgroepen verspreid over universiteiten wereldwijd met een waarderend knikje kennis van zullen nemen, maar waar het grote publiek weinig mee kan. Maakt niet uit, want er is meer, veel meer. Op een gegeven moment zul je dan ook de nodige berichtjes tegengekomen zijn met koppen en intro’s waarbij je denkt ‘grappig’, ‘apart’, of ‘wauw’. Mooi. Markeer ze, lees ze aandachtig, en kijk of je enthousiasme aanhoudt als je weet waar het nieuwtje écht om draait.
(Ik zou hier kunnen betogen dat je ‘door de ogen van je lezerspubliek’ moet kijken bij het beoordelen van nieuwsberichten, maar ik denk dat dat in dit stadium eigenlijk niet zo nodig is. Als jij ergens al niet warm of koud van wordt, moet je er vooral niet over gaan schrijven. En als je iets echt heel spectaculair vindt en het zit een beetje in de juiste richting qua onderwerp, dan moet het te doen zijn om dat gevoel aan je lezers over te brengen. Hoe precies, dat is een andere vraag.)
Heb je eenmaal een leuk berichtje beet, bedenk dan wat je ermee kunt. Vaak zit er een aardig kort nieuwtje in, maar zou meer aandacht wat veel van het goede zijn. Prima; aan korte berichtjes is ook geld te verdienen. (Zij het niet bij KIJK, want daar schrijven we dit soort teksten op de redactie.) Maar misschien zit er één onderzoek tussen dat op zich een heel artikel waard is. Zorg dat je het wetenschappelijke artikel waar het nieuwtje aan opgehangen is in handen krijgt, benader een of meerdere auteurs (meestal staat boven het artikel wie je kunt mailen, anders is de eerstgenoemde auteur een goede gok), zoek andere experts en eerdere onderzoeken over hetzelfde onderwerp... En voor je het weet heb je naar aanleiding van één enkele, nieuwe publicatie genoeg materiaal om een verhaal van bijna willekeurige lengte te schrijven. (De ervaring leert dat een onderwerp zelden ‘te klein’ blijkt als je er echt diep in duikt. Uiteindelijk zit je toch weer woorden te schrappen en darlings te killen.)
Daarnaast kan een onderwerp zich presenteren doordat het, al scrollende door het nieuws, een ‘kritieke massa’ bereikt. Daar bedoel ik mee: je ziet in de loop van de dagen, weken, maanden zoveel voorbij komen over een bepaald onderwerp dat je niet anders kunt dan concluderen dat het een hot item is in de onderzoekswereld. Prima; misschien is het tijd om alle berichten rond dit onderwerp op een hoop te vegen en te kijken of er een mooi verhaal uit samen te stellen is.
Het kan ook zo zijn dat een onderzoekje dat op zich alleen maar een kort bericht waard is je op het spoor zet van een wetenschapper die zélf interessant genoeg is om meer met hem of haar te doen. Bijvoorbeeld omdat hij of zij een hele waslijst aan onderzoek over hetzelfde onderwerp heeft afgeleverd, en daar vast wel een visie bij heeft. Tijd voor een interview, misschien? (Waarbij het natuurlijk fijn is als je er een idee van hebt of de man of vrouw in kwestie een beetje leuk kan praten. Wie weet staat er een TED-praatje of een eerder interview online dat je kan helpen om dat te bepalen.)
Uiteraard is het bovenstaande lang niet de enige spoor waarlangs een artikelidee tot stand kan komen. Je kunt vanuit het ‘gewone’ nieuws werken, je kunt een vraag uit de maatschappij oppikken en daar een antwoord op zoeken, je kunt je laten inspireren door onverwacht veel lezersreacties op een bepaald siteberichtje, je kunt een trend oppikken op het gebied van de informatietechnologie en daar de vinger op proberen te krijgen, je kunt wetenschappelijke conferenties bezoeken (ik verveel me er meestal dood, maar hé, het kán), je kunt stuiten op spectaculair beeldmateriaal, je kunt contacten in de universitaire wereld aanboren en ze vragen wat volgens hen de hete hangijzers van het moment zijn, je kunt catalogi van uitgevers van non-fictieboeken uitpluizen...
Maar wat je ook doet, bedenk dat je voor een tijdschrift werkt, een tijdschrift dat naar alle waarschijnlijkheid graag zo relevant en actueel mogelijk wil zijn. Kom dus met onderwerpen waar dat ook voor geldt en niet met iets wat je vijf jaar geleden ook had kunnen aandragen. Misschien wordt het tijd om toe te geven dat je die boot voorlopig even gemist hebt (geen zorgen, hij komt vast wel opnieuw voorbij), de mouwen op te stropen en je onder te dompelen in de wetenschap en de wereld van nú. Doe je dat met een beetje overtuiging en interesse, dan zal al gauw blijken dat er meer artikelonderwerpen te verzinnen zijn dan je ooit zult kunnen uitwerken.
|
|
|
 |
 Dagger Paths (Forest Swords)
Muziek | muziek
|
13 Januari 2011 | 21:17:11
 |
Ik kan inmiddels best
wel wat hebben qua instrumentale, niet al te melodieuze muziek. Sfeer
is ook wat waard. Maar soms heb je een album dat gewoon maar niet wil
klikken. De EP Dagger Paths van Forest Swords, bijvoorbeeld. Hij
schijnt origineel en experimenteel te zijn, hij schijnt een
combinatie te zijn van ‘dubby 2-step’ met ‘droney psych-folk’,
hij schijnt één van de vijftig beste releases van afgelopen jaar te
zijn... Maar ik heb na een aantal luisterbeurten zelf vooral de
neiging om het album simpelweg in te delen bij de post rock (deels
omdat ik geen idee heb wat de meeste van die vage muzikale
subsubgenres nu precies inhouden), en het dan bovendien te zien als
een niet bijzonder inspirerend voorbeeld daarvan. Ik voel aan dat het
geheel me op de een of andere manier wel mee zou kunnen voeren, maar
ik blijf vooralsnog, heel lomp geformuleerd, gitaarriedeltjes horen die ik
waarschijnlijk zelf niet de moeite van het bewaren waard had
gevonden, met allerlei rarigheid op de achtergrond. Vraag is nu of ik
moeite ga doen daar verandering in te brengen. Ik kan me voorstellen
dat als ik het album een keer ‘loud with the lights off’ op het
juiste moment over me heen laat komen, het kwartje tóch valt. Maar
ja, er is nog zoveel te luisteren... En over het algemeen zijn mijn
eerste en tweede indrukken de laatste jaren redelijk betrouwbaar
geworden: als iets me aanvankelijk koud laat, dan blijft dat
in de regel ook zo. Denk dus dat ik me hier maar eens van af ga maken
met een vrij nietszeggende score en iets anders nieuws ga proberen. Met dan wel de aantekening dat ik de volgende release van Forest Swords straks best een kans wil geven. Wie weet.
Score: @@@@@
|
|
|
 |
 Timecop
Film/Sf | film
|
09 Januari 2011 | 15:11:04
 |
Mijn vriendin en ik ‘verzamelen’ films waarin tijdreizen en de daarbij behorende paradoxen een belangrijke rol spelen, en daarom moesten we Timecop (1994) wel even meepikken toen hij afgelopen week op tv kwam. En ach, zo gaven we aan het eind toe, dat leverde best een aardig avondje op de bank op. Natuurlijk, hoofdrolspeler Jean-Claude Van Damme schopt en passant heel wat fouteriken verrot (zou raar zijn als hij dat niet deed), maar desondanks krijgt het scenario voldoende ruimte om de film niet te hoeven wegzetten als een domme knokfilm. Dat gezegd hebbende is Timecop zeker een van de minder doordachte tijdreisfilms. Als in: zo gauw je het tijdreisaspect gaat analyseren, krijg je vooral het idee dat je dat beter had kunnen laten. Mede daardoor blijft het geheel toch hangen bij een zesje voor de moeite*. Maar goed, ik kan me zo voorstellen dat Timecop daarmee nog steeds heel netjes afsteekt tegen veel andere Van Damme-films. (Al klinkt deze nog best interessant.)
Score: @@@@@
* Bij een zesje zou je misschien een score van drie van de vijf apenstaartjes verwachten, maar voor mijn gevoel corresponderen beide schalen niet op die manier met elkaar. Eén apenstaartje is een vier of minder, twee apenstaartjes een vijf of zes, drie apenstaartjes een zeven, vier apenstaartjes een acht, vijf apenstaartjes een negen of tien.
|
|
|
 |
 Aardbei & chocola (strip)
Boek | strip
|
01 Januari 2011 | 20:33:58
 |
Aardbei & chocola ( Uitgeverij Xtra, 2010) is een autobiografisch beeldverhaal van Française Aurélia Aurita (1980), die naar Japan reist voor een project en daar een relatie krijgt met de twintig jaar oudere striptekenaar die haar heeft laten overkomen. Het resultaat: seks, seks, seks, een beetje relationeel gebabbel, en nog meer seks. Intrigerend om zo’n openhartig en expliciet kijkje in het liefdesleven van een jonge vrouw te krijgen, maar meer is het wat mij betreft ook niet. Er zijn stripbiografieën die zowel inhoudelijk als waar het het tekenwerk betreft meer te bieden hebben; ik noem een Maus, ik noem een Waarom Pierre dood moest.
Score: @@@@@
|
|
|
 |
 KIJK 1/2011: de lekkerewijvenformule
Wetenschap/Biologie | tijdschrift
|
27 December 2010 | 19:47:26
 |
Tijdje niet schaamteloos het nieuwe nummer van KIJK geplugd hier, maar met de vrije tijd die kerst met zich meebrengt kan ik die (al dan niet goede) gewoonte weer even oppikken...
KIJK 1/2011 dus, die alweer een tijdje in de winkel ligt. Bijzonder: het nummer is extra luxe uitgevoerd, met een ruggetje, dikker papier en glimmende elementjes op de cover. Voor het kerstgevoel, zullen we maar zeggen.En de prijs is hetzelfde als altijd. Mooi toch?
Het onderwerp van het tien pagina’s tellende openingsverhaal: de lekkerewijvenformule (in het blad gesaneerd tot de lekkerevrouwenformule, maar ik blijf eigenwijs de werktitel hanteren). Over wat mannen mooi vinden aan vrouwen en waarom. Tikje aan de softe kant? Misschien, maar ik heb wel een aantal keren hardop om dit verhaal van ex-stagiair Tim moeten lachen en dat is ook heel wat waard. Bovendien: soft of niet, een conversation piece is het artikel sowieso, zo wees het afgelopen kerstdiner wel uit, waarbij ik alle aanwezige gezinnen/enkelingen op een exemplaar van deze KIJK trakteerde.
Verder in dit nummer: ‘Deeltjesfabrieken’, mijn artikel over B-factories, een type deeltjesversneller waar binnen de wereld van de deeltjesfysica momenteel veel om te doen is. Oorspronkelijk een elementje van mijn artikel ‘Deeltjesversnellers: the next generation’ (KIJK 11/2009), maar destijds sneuvelde de betreffende paragraaf wegens te veel woorden. Nu is dat zaadje uitgegroeid tot een volwaardig artikel van zes pagina’s en dat lijkt me een goede zaak, al was het maar omdat B-factories schandalig onderbelicht zijn - terwijl ze toch honderden miljarden euro’s kosten om te bouwen en in bedrijf te houden, en ook wetenschappelijk gezien erg interessant zijn.
KIJK 1/2011 ligt tot half januari 2011 in de winkel voor € 4,95.
|
|
|
|
|
|